Programma
Facebook Jeugd
Klik op de foto 

                        Inleiding

 

Hallo jongens en meisjes,

Deze lesbrief gaat over de schutterijen.

Om jullie kennis te laten maken met een echt stukje Limburgse cultuur en volksaard is deze lesbrief samengesteld.

Dit in samenwerking met de commissie volkscultuur van Veldeke Limburg. Steun is verder verleend door de OLS, de Sjöttesjoël en het Huis voor de Kunsten in Roermond.

 

Twan Smets

Voorzitter Schutterij St. Martinus

Maasbree

 

 

DE SCHUTTERIJ   

 

In bijna ieder dorp in Limburg

kom je ze tegen: de schutters.

Waarom zijn er schutterijen?

Waar komen ze vandaan?

Wat doen ze eigenlijk?

Welke  mensen nemen

hier  aan deel?

 

 

 

 

 

                Het ontstaan van de schutterij

 

In vroeger jaren was het land eigendom van koningen, hertogen, graven, baronnen en ridders. Die konden  of wilden niet altijd de mensen, die op hun land woonden, beschermen  tegen rovers en andere bandieten.

In de 14e eeuw ontstonden verenigingen van mensen die eigen baas waren: slagers,  bakkers,  timmerlieden, metselaars, voorlui (dat waren mensen die met paard en kar spullen rondbrachten) en schippers.

Dat noemden ze gilden,  dus: het slagersgilde, bakkersgilde, steenhouwersgilde, schippersgilde, enz. Ieder gilde had een patroonheilige, zoals St. Nicolaas  de patroonheilige van de schippers is.

De baas van een gilde noemde men de gildemeester.

 

Als er rovers en bandieten de stad wilde overvallen, dan riep de gildemeester zijn mensen bij elkaar om tegen het gespuis te vechten en ze de steden of dorpen uit te jagen. Ook de mensen die niet bij een gilde waren aangesloten, maar evengoed hun familie en hun huis wilden verdedigen, gingen meedoen en stelden burgerwachten in. Dat was een groep mensen die geheel vrijwillig zorgden voor de veiligheid op de straten en velden.

Dat wegjagen van het gespuis gebeurde met een dorsvlegel, een schop, een hark, een zeis of een stevige knuppel en verder alles wat ze te pakken konden krijgen  om ze bang te maken en te verdrijven.

 

Maar op een zeker ogenblik zagen de gilden in, dat zij  alleen met een schop of een dorsvlegel en veel moed en ijver, het gespuis niet konden verjagen en gingen op zoek naar andere wapens. Dat is eigenlijk het eerste voorzichtige begin van de schutterijen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                        Doel van de schutterij

 

Het woord ”schutte” komt van be-schutten, oftewel beschermen.

Het zal dan ook duidelijk zijn dat de belangrijkste taak van een schutterij was het beschermen  van mens en goed of zoals men in deftige taal zegt:

OUTER, HEERDT en TROON

 

Dat betekent in de taal van nu:

Outer    = Altaar, oftewel Onze Lieve Heer, dus de kerk. In die kerk stond

                 meestal het vaandel of de vlag van een gilde of een schutterij.

Heerdt  = Haardstede, oftewel het huis met alle mensen en erf er          omheen.

Troon   = het Gezag, oftewel de koning, de hertog en alle andere die wat

                 te zeggen hadden.

Dit zijn allemaal mooie woorden, maar wat deden die schutters dan echt?

 

 

 

Als er geholpen moest worden  en

zeker bij mensen van hun  eigen

schutterij dan gingen ze ook helpen:

bij het bouwen van een huis, bij het

oogsten op het land, bij het blussen

van een brand. En brand was er vaak,

want de huizen waren natuurlijk niet zo

degelijk gebouwd als heden ten dage.

Ook als er mensen ziek waren stonden

de schutters klaar om te helpen waar

mogelijk. En geld hoefden ze niet, want

zij verwachtten dat, als er bij henzelf 

hulp nodig was zij ook geholpen

zouden worden.

Als er processies trokken dan liepen de schutters voorop, want het gebeurde nog al eens dat  mensen tijdens een processie lastig gevallen werden door mensen die niet katholiek waren.

Of als er bomen op de weg werden gelegd om de doorgang te blokkeren. Dan stonden de schutters weer klaar om de weg vrij te maken of om herrieschoppers weg te jagen.

 

 

 

             Broederschap - Gilde - Schutterij

 

Een Broederschap bestond vroeger uit gewone burgers die zich onder elkaar holpen als er iemand ziek was of om op de kinderen te letten of stiekem  bij de arme mensen voor eten zorgden. Zij holpen met een huis of een ziekenhuis bouwen of met stenen en hout  sjouwen als er een kerk gebouwd moest worden.

 

In de loop van de jaren vonden ze dat ze wel eens wat anders konden doen en kijkend naar de

gilden en schutterijen

schaften zij zich ook wapens

aan en gingen zo op een

schutterij lijken.

 

Het Gilde is eigenlijk ontstaan

uit de verschillende beroepen

die in een stad waren. De

mensen die op een schip de

rivieren bevoeren vormden

dus een schippersgilde met St. Nicolaas als patroonheilige. De mensen, die zorgden dat die schepen beladen werden (en dat waren er veel), wilden ook graag in een gilde opgenomen worden, maar de schippers lieten dat niet toe, dus werd er een nieuw gilde opgericht: het zakkendragersgilde. De voorlui die met paard en wagen allerlei spullen van het dorp naar de stad en van stad naar dorp brachten, richtten ook een gilde op en zo ging dat maar door. Heel vaak hadden gilden een eigen altaar in de kerk van de stad of dorp. Langzaam maar zeker werden de functies van het gilde overgenomen door een stadsbestuur en gingen gilden ook op schutterijen lijken.

 

De Schutterij is eigenlijk door de eeuwen heen altijd een schutterij gebleven: meestal een vereniging met nadrukkelijk een godsdienstige grondslag. De patroonsdag van een vereniging werd dan ook goed gevierd.

De schutters zijn ook present als er een lid van de schutterij is overleden, want dan wordt deze met schutterseer begraven. Vroeger gingen de schutterijen ook mee om boeven te vangen en als het nodig was deze ook te bestraffen. Een kenmerk van een schutterij is dat de schutters altijd netjes marcheren.

 

 

 

               De Schutterij door de jaren heen

 

De meeste schutterijen zijn ontstaan in 1827. In dat jaar, op 11 april om precies te zijn, heeft de regering een wet gemaakt die bepaalde dat er in het hele  land schutterijen opgericht moesten worden. En zo kregen zij, maar ook de schutterijen die al lang bestonden, in een keer een officiële taak met uniformen en wapens.

Schutterij St. Martinus in Maasbree

is ontstaan door de oprichting van

een ziekenfonds. Deze schutterij

werd opgericht op 1 juli 1886. In

de wintermaanden van 1885-1886

hielden enige jongelieden te

Maasbree besprekingen om te

geraken tot de oprichting ener

schutterij zoals er die tijd meerdere

in naburige dorpen ontstonden.

Deze bijeenkomsten werden gehouden bij de toenmalige veldwachter L. Smits, bijgenaamd “ Linske “. Getrouwe bezoekers en voorstanders waren  Johannes en Antonius Smeets, Hendrik Hermans, Hendrik Gommans, Henri Heldens, Jean Grubben, P.J. Gommans, Hendrik (”Oëme”) Lenders, Giesbert Smets en nog enkele anderen van de dorper jeugd. Na vele onderlinge besprekingen en na de zaak van alle kanten bekeken te hebben, kwam men tot de conclusie, om aan de op te richten schutterij  ook een ziekenfonds te verbinden (men was van mening, dat op de eerste plaats aan een ziekenfonds behoefte bestond). Gekozen bestuur: Louis Vaessen, voorzitter. Jean Berkers, secretaris. Joh. Hermans, penningmeester. Jean Grubben, Jos Vaessen  en Mart Berden leden van het bestuur. Tot commandant werd benoemd P.J. Coopmans. Als verenigingslokaal werd aangewezen café P. van Uffelt, welke de eerste pachter was. Aantal leden 65. Schieten en het gezamenlijk dragen van lasten, verbonden aan ziektes, lijkt in onze moderne tijd met alle mogelijke sociale voorzieningen een vreemde combinatie. Zo wisten zij het aangename met het nuttige te verenigen. Wie in die jaren door ziekte of ongeval getroffen werd, werd daarmee meestal gevoelig in zijn inkomsten geraakt. Dankzij het lidmaatschap van de schutterij kreeg men nu echter ziekengeld: ± 50 cent per dag in de zomermaanden, een dubbeltje minder in de wintertijd, toen bedragen om mee naar huis te nemen. De leden, meer als 60 in getal, stortten ieder een gros (6 cent) per week in het fonds.

 

In 1901 werd bij  de wet de militaire aard van de schutterijen weer opgeheven, maar vooral in onze provincie bleven ze op vrijwillige basis verder gaan.

Er zijn verschillende soorten schutterijen ontstaan: de handboogschutterij, de kruisboogschutterij en natuurlijk de schutterij met geweren. Er zijn ook schutterijen die, naast geweren en bogen, piekeniers in hun groep hebben.

Piekeniers zijn mannen met een

lange staak met daar een piek

bovenop, waarmee ze konden

steken.

Doordat de schutterij een officiële

taak had, kreeg zij voorrechten

van het stadsbestuur. Zo kreeg

zij geld voor alle onkosten. De

schutters kregen vaak het

voorrecht  om allerhande zaken

te verkopen en de opbrengst geheel of gedeeltelijk te behouden. Dat noemden zij: de privileges van de schutterij.

Natuurlijk is in de schutterij niet iedereen de baas: men heeft rangen en standen net zoals bij de soldaten. In het zuiden van onze provincie is dat wat verder doorgevoerd, daar hebben ze generaals, kapiteins, sergeanten en schutters.

In Noord Limburg is dat wat gemakkelijker, daar houden ze het op ëën commandant. En iedere schutterij heeft natuurlijk een koning, hier over staat verderop in deze lesbrief meer te lezen.

 

Tegenwoordig hebben schutterijen, gilden en broederschappen een meer ceremoniële functie, dat wil zeggen: dat ze bij bepaalde feestelijkheden naar buiten toe optreden. In een processie dragen zij de  “Hemel”, waar de geestelijke met het Allerheiligste onder loopt.

Bij iedere begrafenis van een schuttebroeder, bij het inhalen van een nieuwe burgemeester of de installatie van een nieuwe pastoor, bij een bezoek van de koningin: zij zijn er altijd bij.

In veel plaatsen wordt de schutterij ook gevraagd om met de Carnaval de prinsenwagen te begeleiden.

 

 

                          Schuttersbonden

 

Heel lang geleden, op het laatst van de 19de eeuw, is de eerste schuttersbond opgericht. Dat kwam omdat de schutterijen van de verschillende plaatsen onder elkaar wedstrijden wilden schieten.

Er moesten spelregels worden afgesproken waar iedereen zich in kon vinden en wat nog belangrijker was, waar iedereen zich dan ook aan moest houden.

In Nederlands en Belgisch Limburg zijn zo’n 11.000 mensen (niet alleen schutters) lid van een  van de 165 schutterijen. De meeste schutterijen zijn aangesloten bij een schuttersbond te weten:

 

 

1. Schuttersbond Berg en Dal

2. Midden Limburgse Schuttersbond

3. Zuid Limburgse Schuttersbond

4. Schuttersbond Eendracht Born-Echt e.o.

5. Schuttersbond Maas en Kempen

6. Schuttersbond De Maasvallei

7. Kantonale Schuttersbond E.M.M.

   (opgericht 1896 en de oudste)

8. Schuttersbond St. Gerardus Amstenrade

9. Schuttersbond Juliana (voor Nrd. Limburg)

 

 

Om een feest te organiseren kunnen schutterijen niet ieder voor zich met de overheid gaan praten. Daarom is er een federatie (bond van samenwerkende schutterijen) opgericht die de zorg voor alle schutterijen draagt, te weten:

OUD LIMBURGSE SCHUTTERSFEDERATIE

Alle aangesloten schuttersbonden hebben een vertegenwoordiger in het federatiebestuur.

In de taakomschrijving van de federatie staat onder andere:

- Het behartigen van de gemeenschappelijke belangen van de aange-

   sloten schutterijen en schuttersbonden.

- Het erop toezien dat het reglement voor het O.L.S. door de

  organiserende schutterij juist wordt toegepast.

 

OLS is de afkorting van het belangrijkste feest van de federatie het Oud Limburgs Schuttersfeest of in dialect: d’n aojje Limburger.

 

 

                          Schuttersfeesten

 

Iedere week schieten op de eigen schuttersweide is vanzelfsprekend hartstikke tof, maar het is natuurlijk erg fijn om je als schutter te meten met andere schutters en andere schutterijen. En zo zijn de schuttersfeesten ontstaan waar men vroeger te voet, met de fiets of met de huifkar naar toe ging.

 

Heden ten dage zijn er veel schuttersfeesten:

Verenigingsschieten/ Koningsvogelschieten: dat zet iedere schutterij op touw. De schutters gaan dan in optocht naar de schuttersweide en bepalen wie zich voor een jaar koning van de schutterij mag noemen. Dat is natuurlijk de schutter die het laatste stuk van de koningsvogel naar beneden schiet.

 

 

Bondsfeesten: Een paar keer per jaar worden er bondsfeesten gehouden. De gastheer wordt door de bond aangewezen. Officieren, koningsparen en notabelen worden door de burgemeester op het stadhuis ontvangen en gaan dan met de schutterij op weg naar de schuttersweide. Met ” slaonde trom en vlegend vaandel”,

dus met de muziek voorop en de vlaggen uitgerold, marcheren de schutters door stad of dorp. Onderweg en op de schuttersweide worden de schutters gejureerd.

 

Nevenwedstrijden: het schieten is vanzelfsprekend het belangrijkste maar de zo genoemde nevenwedstrijden zijn voor de deelnemende verenigingen ook een kans om goed voor de dag te komen. Prijzen zijn er te winnen voor:

Mooiste geheel  - mooiste marketentster  - solistenwedstrijden

Mooiste koning  - beste bordjesdrager    -  beste standaardruiter

Mooiste koningin - Beste commandant  - Beste defilé

Mooiste koningspaar - Beste vaandeldrager - Beste houding

Beste vendeliers  - Beste tamboer-maitre - Mooiste bieleman

Mooiste sappeur  - beste muziekcorps -  Marswedstrijden in categorie

Beste bielemannengroep - Oude en nieuwe exercitie.

 

De nevenwedstrijden zijn in verschillende categorieën ingedeeld:

Fantasie-uniform, Militaire uniformen, Historische gilde kleding en Keizers- en Koningsparen in jacket.

Ook bij de muzieksolisten zijn verschillende categorieën te onderscheiden want anders haalt de meest ervaren muzikant altijd de eerste prijzen weg. Dus iedereen maakt kans om in de prijzen te vallen als hij maar zijn best doet.

 

Zuid-Limburgse Federatiefeest: Dit feest wordt een keer per jaar georganiseerd door de drie zuidelijke schuttersbonden (Zuid Limburgse Bond, Bond Eendracht Born/Echt en Bond Gerardus Amstenrade). Dit schuttersfeest is ontstaan in 1949 omdat  in die tijd het O.L.S. meestal  werd gewonnen door schutterijen uit Noord en Midden Limburg. Die hadden zich meer op het schieten toegelegd, terwijl de schutterijen in Zuid Limburg prachtige en kleurrijke uniformen hadden, er staats uitzagen en dus meestal de nevenwedstrijden wonnen.

Dat vonden die schutterijen niet leuk en gingen dus een eigen schuttersfeest organiseren.

De organiserende schutterij is niet afhankelijk van het winnen van een schietwedstrijd, maar wordt door loting aangewezen. In Zuid Limburg is een belangrijk onderdeel van de wedstrijden het oefenen in het hanteren van de geweren en het marcheren van de groep. Deze exercitie is weer onder te verdelen in oude exercitie, met oefeningen en commando’s tot 1914 en nieuwe exercitie van na 1945.

Zo’n schuttersfeest is niet alleen bedoeld om onder elkaar te bepalen wie in dat jaar het beste is, want die competitie gaan de verenigingen vaak dorp tegen dorp aan. Een schuttersfeest is vooral bedoeld om de schuttersband en vriendschap onder elkaar te verbeteren en andere  mensen en verenigingen te leren kennen en waarderen. Daardoor leer je ook andere dorpen en steden kennen in onze provincie.

Misschien leer je ze ook over de grens kennen, want schuttersvriendschappen stoppen niet aan de grens. Schutterijen uit Noord-Brabant, België en Duitsland zijn bij schuttersfeesten in Limburg graag geziene gasten.

 

Limburgse Dames Schuttersfeesten: Dit is een groot schuttersfeest voor vrouwelijke schutters uit Nederlands en Belgisch Limburg.

In de schietwedstrijden doen geen zestallen mee zoals bij de mannen, maar de dames schieten in drietallen. Het winnende drietal gaat met de eeuwige roem en de wisseltrofee, D’n Ut, naar huis !

 

 

Koning der Koningen: Onder elkaar houden de koningen ook een wedstrijd. Dit is een echt Koningsvogelschieten. Wie bij deze wedstrijd het laatste stukje van de vogel afschiet mag zich Koning der Koningen noemen.

 

Dreiländereck Schuttersfeest:  Aan dit schuttersfeest doen schutterijen mee die uit Nederland, België en Duitsland komen. Vanzelfsprekend is schieten  en de presentatie bij het schieten belangrijk, maar het allerbelangrijkste is toch wel het ontwikkelen en onderhouden van de internationale vriendschapsbetrekkingen.

 

Europees Schutterstreffen:  Eenmaal in de zeven jaar  is er een schuttersfeest met schutterijen uit heel Europa. Ook hier staan de prestaties niet voorop (ofschoon de deelnemers daar wel anders over zullen denken) maar is er meer aandacht voor de Europese gedachte van vriendschap onder de mensen uit alle Europese landen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                                        Winnaars OLS 2008: Schutterij Sint Sebastianus uit Neer

 

 

 

           Oud Limburgs Schuttersfeest  OLS

 

Ieder jaar op de eerste zondag in juli slaan de schuttersharten wat sneller, dan zijn de geweren gepoetst, de uniformen gestreken, de vlag gewassen en gesteven en het vaandel geborsteld. Dan zijn de schoenen extra gepoetst en heeft de koningin haar kleed gestreken en de broek van de koning netjes in de vouw geperst en heeft de koning voor zijn koningin een mooie bos bloemen gekocht.

Op die dag gaan zo’n 150 tot 160 Nederlandse en Belgisch Limburgse broederschappen, gilden en schutterijen op weg naar ”D’n Aoje Limburger” zoals dat liefdevol word gezegd.

 

De winnaar van het voorgaande jaar heeft het recht en de eer om het OLS te organiseren. Natuurlijk is dit heel veel werk en zo’n vereniging kan dat niet alleen. Maar dat hoeft ook niet, want in de stad of dorp waar de vereniging thuis is, staan genoeg vrijwilligers gereed om te helpen. Vanzelfsprekend helpt ook de overheid mee, want zo’n schuttersfeest is een flinke opsteker voor de gehele gemeenschap.

 

Het OLS is ontstaan in 1906 toen schutterij St. Aldegundis uit Buggenum het “Groot Internationaal Schuttersfeest” mocht organiseren en zij op de proppen kwamen met de naam”OUD LIMBURGS SCHUTTERSFEEST”

(het OLS). De hoofdzaak was en is het schieten op de bölkes, in het begin met drietallen. In 1927 werd een reglement van kracht waar in was opgenomen dat er met zestallen geschoten moest worden en met maar  één ploeg per vereniging.

 

Het zestal van de winnende vereniging krijgt “D’n UM” uitgereikt en het spreekt vanzelf dat deze kanjers in een triomftocht terug keren in hun woonplaats, waar ze door de gehele trotse gemeenschap feestelijk worden ontvangen.

Ze hebben de hoofdprijs van de dag gewonnen en mogen “D’n UM” een jaar lang in bezit houden, tot het volgende OLS dat ze zelf mogen organiseren.

 

 

 

 

                                 Kinder OLS

 

Het Oud Limburgs Schuttersfeest  heeft sinds 2005 ook een Kinder OLS.

Het doel van dit feest is om de jeugd van de basisscholen warm te laten lopen voor de schutterswereld en alles wat daar bij komt kijken. En hoe kun je dat beter bereiken dan de kinderen zelf mee te laten doen. In 2005 werd er in Wessem  bij schutterij St. Joris voor het eerst een Kinder OLS georganiseerd, in dat jaar en in het jaar later was dat zo’n groot succes dat de stichting OLS ieder jaar een Kinder OLS op de kalender zet.

 

Samen met de onderwijzers en de ouders beginnen de kinderen van de basisscholen al weken van te voren met de voorbereidingen zoals het knippen, kleuren en plakken. Zonder hulp krijgen de kinderen dat werk  voor zo’n Kinder OLS niet klaar.

Iedereen weet waar hij het handigste in is en waar nodig mee kan  helpen.

 

De uniformen van de schutters worden gemaakt van stof, sjerpen en mutsen meestal van papier. Er worden afspraken gemaakt welke kleur broek en blouse iedereen draagt. De kinderen die het muziekkorps vormen denken na hoe ze de instrumenten zelf kunnen maken zoals de trommen groot of klein (Mam, bewaar

je de ton van de waspoeder?) Ook de

blaasinstrumenten worden zelf ontworpen

en gemaakt. De snorren en de baarden

van de bielemannen worden gemaakt 

door veel touw uit te pluizen. Er is nogal

wat nodig om enkele  jongens om te

vormen tot bielemannen. En natuurlijk niet

te vergeten de bijlen, de schorten en

mutsen die zij dragen. De rollen worden

verdeeld, wie wordt de vaandeldrager en

welke groep maakt het vaandel. Wie wordt

de drager van het bordje met de naam van

de school  en welke klas mag dat bord

maken? Wie mogen de marketentsters zijn

en wie maakt hier de kleding voor? En ook

de mandjes en de etenswaar mogen niet vergeten worden.

 

Wie wordt uitgekozen om de rollen van het koningspaar te spelen? De konings- en koninginnekronen moeten gemaakt worden, net als het koningszilver van aluminiumfolie op karton. Denk ook aan het bosje bloemen voor de koningin.

 

De ”yell” van de school (wie maakt de yell?) moet worden ingestudeerd om als school goed herkenbaar te zijn en om de schuttertjes te ondersteunen bij hun optreden en tijdens de wedstrijden. En, niet geheel  onbelangrijk, wie draagt het geweer en mag daar mee schieten?

Alle kinderen doen hun uiterste best  en oefenen dat de stukken er vanaf  vliegen om in de optocht en bij de wedstrijden een goed figuur te slaan.

(Een ding is zeker: een basisschool die besluit om deel te nemen aan het Kinder OLS kan weken lang de kinderen samen laten werken aan een

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

project, wat goed is voor de onderlinge band, maar ook bijdraagt aan kennis over onze Limburgse cultuur en volksaard). Vanzelfsprekend is ook bij dit Kinder OLS het schieten erg belangrijk, maar nog belangrijker zijn de zogenoemde neven-wedstrijden. Er zijn prijzen te winnen voor: de beste tamboer- maitre: de beste bordjesdrager, de beste vaandeldrager, de beste marketentster en de beste bieleman.

De school die op alle onderdelen de meeste punten haalt, wordt de winnaar van de dag en krijgt hiervoor ’t Ummeke.

De plaatselijke schutterijen helpen de kinderen graag om goed voor de dag te komen, zij weten immers hoe het er aan toe gaat op ’t OLS en ze vinden het zeker geweldig als ’t Ummeke met hun hulp wordt gewonnen.

 

 

              De Schuttersschool-Sjöttesjoël

 

Ieder kind droomt wel eens van een  school waar geen meesters en juffen zijn. Waar je nooit strafwerk kunt krijgen  en waar je alleen maar leuke dingen kunt leren. En waar je naar toe kunt gaan wanneer je er zin in hebt. Of dat nu op zaterdag of zondag is of zelfs in de vakantie. De schuttersschool is zo’n school.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De school is te vinden  via internet:  www.sjottesjoel.nl

Julius, de koningsvogel, denkt dat hij de directeur is. Als je hem wat beter kent mag je hem ook Sjuulke noemen. Hij laat je de hele school zien. Alle klaslokalen, de zolder, de kelder, de schoolbibliotheek en ook de speelplaats. Waar je ook bent, overal kun je wat leren over de schutterijen. Bijvoorbeeld hoe ze ontstaan zijn. Of waarom de schutters zulke mooie uniformen dragen. Maar je kunt ook uitzoeken welke schutterijen er bij jou in de buurt zijn. En hoe het er op een schuttersfeest allemaal verloopt. En dat er ook best veel kinderen bij een schutterij zijn, vaak om te trommelen  of trompet en fluit te  spelen.

Ga eens kijken in de ” sjöttesjoël ” . Door met de muis iets aan te klikken ontdek je steeds wat meer. Loop door het schoolgebouw en laat je verrassen in het feestlokaal, luister naar de radio in het muzieklokaal of kijk in de kleedruimte maar eens stiekem wat voor lekkers er allemaal in het mandje zit van de marketentster. En zet in iedere klas de tv maar aan. In de ”sjöttesjoël” mag dat allemaal.

En wil je alles eens in het echt zien? Vraag dan maar aan de meester of juf of zij iemand van de schutterij uit het dorp willen laten komen om een en ander te vertellen. Een leukere les krijg je nooit meer. 

 

                        

                         De Patroonheilge

 

Iedere schutterij, schuttersgilde of broederschap draagt een naam om zich te onderscheiden van de andere  schutterijen. Soms zijn dat namen die gekozen worden van personen uit het Koningshuis: Oranje, Oranje Nassau, Prins Hendrik, Koningin Wilhelmina.

 

Andere verenigingen hebben namen die nog herinneren aan de historie van de vereniging: Breijdelzonen, Akkermansgilde, Bussenschutte, Nachtwachtgilde, Stadsschutterij, Jonge- en Oude Nobelen.

Maar de meeste schutterijen, gildes en broederschappen hebben de naam van een heilige. Bekende patroonheiligen zijn: Agatha, Aldegundis, Ambrosius, Andreas, Anna, Ansfried, Antonius,Barbara, Brigida, Catharina, Clemens, Cornelius, Dionysius, Eligius, Elisabeth, George, Gertrudis, Gondulphus, Gregorius, Hiëronymus, Hubertus, Harlindus, Jacobus, Sint Jan, Sint Job, Johannes, Joris, Joseph of Sint Joep, Lambertus, Laurentius, Leonardus, Lucia, Marcellinus, Margaretha, Martinus, Maternus, Matthias, Mauritius, Michaël, Monulphus, Nicolaas, Odilia, Paulus, Relindus, Remigius, Rochus, Rosa,  Sebastianus, Petrus, Servatius, Severinus, Stephanus, Trudo, Urbanus, Willibrordus,

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

     Schutterskoning

 

Wat wij weten is dat de schutters van af begin van de  14de eeuw al een koning kozen door het schieten op een koningsvogel bij het zogenoemde ”Feest van de papegaai”. De opvallendste persoon van een schutterij, gilde of broederschap is zonder meer de koning en zijn koningin. De koning draagt de tekenen van waardigheid en heeft veel echte zilveren koningsplaten om hangen. En daardoor is de koning wel de meest opvallende persoon van de vereniging en letterlijk en figuurlijk het middelpunt. En zo wordt het koningspaar door de schutters dan ook geëerd.

Schutterskoning Win Grutters

St. Martinus Maasbree

 

Iedere meerderjarige schutter kan koning worden. Naar eeuwenoud gebruik schieten de leden van de vereniging volgens vastgestelde reglementen op de vogel. Boven op de mast is een bord bevestigd met daarop een afbeelding van een vogel. Nadat de koning van het vorig jaar en de notabelen het openingsschot hebben gelost, schieten de leden in volgorde van loting om de beurt tot de vogel naar beneden valt.

De schutter die het schot lost waarop

 

de vogel naar beneden valt, mag

zich in dat jaar koning van de

vereniging  noemen.

De nieuwe koning krijgt de zilveren

koningsvogel en de koningsplaten

over de schouders .

Na zijn ambtstermijn mag de koning

als aandenken zijn schutters-

verzameling met een eigen zilveren

plaat aanvullen.

 

                                   

 

                             De Schutters

 

Bij de oude exercitie marcheren de geweerdragers

in rijen van vier naast elkaar achter de officieren

aan. Het geweer op de rechter schouder,

vastgehouden door een gebogen arm  met de

hand aan de riem. Bij de nieuwe exercitie  lopen

ze in rijen van drie naast elkaar  met het geweer

over de schouder met gestrekte arm en hand

onder de kolf. Eigenlijk loopt hier het hart van

de schutterij . Dit zijn de mannen die als broers  samen vorm en inhoud geven aan wat een schutterij, gilde  of broederschap moet zijn. Ongeacht rang of stand, schutters zijn allemaal gelijk. Een vereniging  moet minstens 16 leden tellen om een officiële schutterij te zijn. Feitelijk is ieder lid die achter het vaandel loopt gewapend, ook de tamboer-majoor, vaandrig en commandant. Omdat nieuwe leden liever lid van het muziekcorps of drumband willen zijn, komt de samenstelling wel eens in de war door te weinig geweerdragers. Daarom geeft een jury in de optocht niet alleen punten voor de algemene indruk, zoals het marcheren, de juiste uniformen, de verzorging en onderhoud, maar ook voor het mooiste geheel.

 

                            De  Marketentster

 

Het idee van de marketentster is afgeleid van de vrouw die vaak ”mit Kind und Kegel” (met het hele gezin) in de 16e en 17e eeuw achter de legers aantrokken. Het was een mogelijkheid om bij haar man in de buurt te zijn  en hem te voorzien van eten en drinken. Hun ”rats, kuch en bonen” (eten en drinken)  moesten de huursoldaten in die tijd meestal zelf zien te regelen. De marketentster was gekleed in een uniform dat veel leek op dat van de groep waar ze toe behoorde. Zo kreeg zij ook een penning waar haar naam en legeronderdeel op stond.

 

 

In 1973 deed de marketentster haar intrede in de Limburgse schutterswereld. Zij loopt  met de schutterij mee en heeft een mandje met brood, worst en kaas. In een vaatje heeft zij meestal sterke drank (vaak Limburgse kruidenbitter) .

Om de functie van marketentster meer inhoud te geven word sinds 1991 jaarlijks het “ Marketentstertreffen” gehouden.

 

 

                         De Bordjesdrager

 

Iedere schutterij, gilde en broederschap moet volgens

de reglementen vooraf worden gegaan door een jongen

of meisje met een groot bord: de bordjesdrager. Op het

bord moet in ieder geval de naam van de vereniging en

het nummer in de optocht staan. Vroeger kreeg meestal

het zoontje van een van de schutters  dat baantje.

Dat kind vond dat best gaaf, omdat de schutters na afloop

van de optocht, voor zijn moeite, onder elkaar geld

inzamelden. In de jaren 70 en 80 werd de bordjesdrager

langzaam ingelijfd bij de schutterij. Hij kreeg een echt

uniform en belandde op de lijst van wedstrijden bij de

nevenonderdelen. Nu controleert de jury onder andere of de bordjesdrager niet te ver voor de groep uit loopt en geen overdreven passen maakt.

 

                         

                          De Vaandeldrager/Vaandrig

 

Zolang als we weten speelt het vaandel een belangrijke rol in de samenleving en zeker binnen de legers. De Romeinen kenden al hun ”signum bello ” oftewel een teken dat in de oorlog de aanvoerder voorstelde. Dat teken was de vlag waar onder de soldaten zich samen pakten. Zolang de vlag boven het krijgsgewoel wapperde, hadden de soldaten moed en hoop. Viel  het vaandel in handen van de vijand, dan was alles verloren.

Nog altijd symboliseert het vaandel trouw aan en eerbied voor de kerk en vaderland. Zonder een proper vaandel  mag een gezelschap zich niet eens schutterij noemen.

Op het vaandel staat de naam van het gezelschap, de datum van oprichting en een afbeelding van de beschermheilige of schutterspatroon geborduurd. Nog altijd is het een doodzonde  als het vaandel de grond raakt. Alleen de koning(in), paus of bisschop mag bij een bijzondere gelegenheid over het vaandel lopen. De vaandrig heeft de laagste officiersrang. Bij sommige verenigingen zit hij tijdens de optocht hoog te paard  en gaat bij het defilé in zigzagbeweging over de straat om de weg vrij te maken.

 

      

         Bielemannen/Sappeurs

 

Lang geleden hadden de bielemannen geen taak binnen de schutterij. Maar tegenwoordig zijn zij niet meer weg te denken in de vereniging. In hun indrukwekkende kledij  vormen de bielemannen een opvallende groep  in de optocht. Met berenmutsen, baard, blauwe kiel, witte broek, leren schort en klompen aan, lopen zij voor de schutterij uit. Het bijl  (scherp natuurlijk) over de schouder en materiaaltas om de nek.

Klaar om, waar dat nodig mocht zijn, hindernissen op te ruimen. In vroeger jaren, als er een processie door het dorp of stad trok, traden de bielemannen op als beschermer van de stoet. Als de bielemannen in een militair uniform  gekleed gaan dan werden zij sappeurs genoemd. Dat komt van het woord ”sappe” oftewel: loopgraven. Sappeurs waren soldaten die in de 19e eeuw werden ingedeeld als geniesoldaten van de verbindingstroepen.

 

 

                               Marsmuziek

 

Sinds eeuwen marcheren de schutters, gilden en broederschappen met een “ vliegend vaandel en slaande trom ” door  stad en land. Tot de twintigste eeuw was dat ook letterlijk zo. De schutterijen huurden in de 16e en 17e  eeuw, als ze met een processie of optocht meegingen, tamboers in om de vereniging in de maat te laten lopen.

De opkomst van drumbands of muziekcorpsen die nu veelal voorop lopen, is eigenlijk pas iets van na de Tweede Wereldoorlog.

Afgezien van het feit dat muziek bij marcheren hoort, als dik bij dun en schutters graag op de trom slaan, moet voor dat nieuwe gebruik gekeken worden hoe dit is ontstaan. Ofschoon hier maar weinig onderzoek naar is gedaan, kunnen we er vanuit gaan de opkomst van muziekgezelschappen aan het einde van de 19e begin 20e eeuw is begonnen. En toen de Amerikaanse soldaten vlak na de oorlog lieten zien wat voor een muzikaal spektakel  brasbands konden maken, was menige schutterij in de jaren ’50 en ’60  definitief verkocht.

 

 

 

                           Schutterijmuseum

 

De schutterijen hebben ons door de eeuwen heen een rijke collectie nagelaten van vaandels, buksen, uniformen, koningszilver, onderscheidingen, documentatie enz. Deze attributen verdienen het om bewaard te blijven voor het nageslacht en dienen goed onderhouden te worden. Maar dat niet alleen, ook verdient deze waardevolle collectie een waardige plaats waar onze kinderen en kleinkinderen ze kunnen bewonderen: een schuttersmuseum.

 

 

Met hulp van de Stichting Garde Tegeliers

werd enkele jaren geleden een start gemaakt

om alles wat de schutterijen graag wilden

bewaren (en tot dan toe overal in onze provincie

verspreid was opgeslagen) aan een groot

publiek voor te stellen.Uiteindelijk betekende

deze stap het begin van de vestiging van

’t Limburgs schutterijmuseum in Tegelen-Steyl.

 

Met steun van de schutterijen die aangesloten

zijn bij de Oud Limburgse  Schuttersfederatie

werd deze doelstelling gerealiseerd en staat er

in Steyl een pracht van een museum met een

grote collectie aan attributen, uniformen, foto’s,

vaandels, koningszilver, geweren, kogels,

oorkondes en heel veel andere bezienswaardige

zaken uit het rijke, roomse schuttersleven in

Limburg.

 

De eeuwenoude geschiedenis van de schutterijen

uit Belgisch en Nederlands Limburg wordt op een

levendige wijze gekoppeld aan hoe wij op vandaag

de schutterijen willen zien. Het Oud Limburgs

Schuttersfeest is hier een succesvol bewijs van wat

een groot publiek aanspreekt.

 

 

       Vertaling van dialect naar Nederlands:

                    A. Smets

 

 

 

Keizer, Schutterij Wilhelmina                                                  Hingen

 

DCIM/100MEDIA/DJI_0122.JPG
Schutterij